Jubilaris Hooglanderveen is meegegroeid met zijn omgeving
Kees Steenbeek (midden) speelde meer dan 25 jaar in het eerste elftal van VV Hooglanderveen, zo ook tijdens de finale van het Amersfoorts Voetbalkampioenschap1987 tegen Quick. Fotocredits: Kees Steenbeek
VV Hooglanderveen werd op 14 juni 1946 opgericht door drie dorpsbewoners: Willem Tomassen, Herman Mossink en Eef Mulder. Hun initiatief leidde tot de vorming van een voetbalvereniging die in de decennia daarna nauw verweven raakte met de ontwikkeling van het dorp Hooglanderveen. De club begon onder de naam V.I.O.S. — een afkorting van Voetbal Is Onze Sport — een benaming die binnen de vereniging veel werd gebruikt, maar nooit officieel werd vastgelegd bij de KNVB. De formele naam werd uiteindelijk VV Hooglanderveen.
In de eerste jaren na de oprichting speelde de club op een veld aan de Hoog en Wellerlaan. De accommodatie bestond uit een eenvoudig speelveld met beperkte kleedfaciliteiten. Materiaal was schaars en veel werkzaamheden — van het kalken van lijnen tot het onderhoud van het veld — werden uitgevoerd door een kleine groep vrijwilligers. De vereniging speelde in de lagere afdelingsklassen van de KNVB‑regio Utrecht, waar tegenstanders vooral uit omliggende dorpen kwamen.
Aantallen
De zondag was de vaste speeldag. Het eerste elftal vormde al vroeg een herkenbaar onderdeel van het verenigingsleven, al was de schaal destijds klein: enkele tientallen toeschouwers en een competitie waarin reisafstanden beperkt bleven tot de directe regio.
In de jaren zestig, zeventig en tachtig groeide VV Hooglanderveen mee met het dorp. Het ledenaantal nam gestaag toe, maar bleef overzichtelijk. Een van die leden was de achtjarige Kees Steenbeek. Sinds 1968 is hij lid van VV Hooglanderveen en is nooit meer weg gegaan. Als klein jongetje ging hij altijd al met zijn vader en oom naar wedstrijden van het eerste elftal kijken. De keuze was dus snel gemaakt. ‘Het was voetballen, of bij de verkenners en ik wilde voetballen en niet alleen meer op straat’. Zo ging hij spelen bij de club waar zo ongeveer de helft van het dorp ook speelde. De club bleef lange tijd een dorpsvereniging waarin veel leden elkaar persoonlijk kenden. De sportieve prestaties bleven in deze periode stabiel: VV Hooglanderveen speelde voornamelijk in de lagere afdelingen van het Utrechtse amateurvoetbal, zonder grote uitschieters naar boven of beneden.
Vathorst
De vereniging functioneerde in deze periode grotendeels op basis van lokale betrokkenheid. Vrijwilligers vervulden vrijwel alle taken, van jeugdtraining tot wedstrijdsecretariaat. De clubcultuur was informeel en sterk gericht op het dorp zelf. Vanwege vergrijzing van het dorp zakte het ledenaantal in aan het begin van de jaren 90. VV Hooglanderveen had nog maar enkele jeugdteams en kon aanwas heel goed gebruiken. De ontwikkeling van de Vinex‑wijk Vathorst vanaf eind jaren negentig bood uitkomst voor de noodlijdende club. Waar het dorp tot dan toe aan de rand van Amersfoort lag, kwam het door de uitbreiding ineens midden in een snelgroeiende woonomgeving te liggen. Het inwonertal van de wijk steeg in korte tijd van enkele honderden naar tienduizenden en de club kreeg te maken met een sterke toename van het aantal aanmeldingen.
Steenbeek: ‘Omdat de organisatie van onze club goed stond en niet alle nieuwe leden zich tegelijkertijd melden, konden we het prima opvangen. In 2002 meldde het eerste lid uit Vathorst zich aan en daarna liep het gestaag op.’ Omdat er een goede basis stond met een cultuur die als dorps omschreven kan worden, zijn de Vathorstenaren daarin mee gegaan. ‘De mensen uit Vathorst zijn rustig geïntegreerd in de club en dat ging eigenlijk heel soepel’.
Complex
Het ledenaantal groeide van circa 600 in de jaren negentig naar ruim 1.000 begin jaren 2000. De accommodatie aan de Hoog en Wellerlaan bleek onvoldoende om deze groei op te vangen. De velden waren intensief bezet, de kleedkamers te klein en de parkeerfaciliteiten ontoereikend. In 2005 verhuisde VV Hooglanderveen naar het Willem Tomassen Complex, vernoemd naar de medeoprichter. Het complex bood meerdere velden, moderne kleedkamers en meer ruimte voor jeugd- en seniorenteams. De verhuizing betekende ook een structurele verandering in de manier waarop de club functioneerde.
Het nieuwe complex maakte het mogelijk om het groeiende aantal jeugdleden op te vangen. Tegelijkertijd veranderde de schaal van de organisatie: waar vrijwilligerswerk jarenlang informeel was geregeld, werd het nu noodzakelijk om taken structureel te verdelen.
Systeem
Door de snelle toename van leden en teams werd het onmogelijk om alle werkzaamheden door een kleine vaste kern te laten uitvoeren. VV Hooglanderveen introduceerde daarom een vrijwilligerssysteem waarin leden en ouders werden gestimuleerd om structureel bij te dragen aan de organisatie. Het systeem werd regionaal bekend omdat het een van de eerste verenigingen in de omgeving was die vrijwilligerswerk op deze schaal formaliseerde.
‘Er zijn mensen die al decennia lang bij ons vrijwilligerswerk doen, we hebben een gewaardeerd lid die op zijn 87ste nog elke maandag meehelpt met schoonmaken. Daar staan ook een hele hoop mensen tegenover die niks kunnen of willen doen voor de club en dan vallen er op een gegeven moment gaten op sommige plekken. Voor de kantine kregen we bijvoorbeeld bijna geen mensen meer.’ De club voerde in dat per gezin minimaal 10 vrijwilligerspunten moesten worden gehaald. Lukt dat niet, dan betaal je extra contributie. Voor seizoen 2025/2026 is die extra bijdrage €136 per gezin. ‘En dat loopt best op’ aldus Steenbeek. ‘Er zijn heel wat leden die het geen probleem vinden om dat bedrag meteen op tafel te leggen en daar kunnen wij dan weer barpersoneel een zakcentje van geven.’ De club zou liever zien dat iedereen tijd aan de club geeft, maar omdat dat niet altijd kan, is dit een prima oplossing voor Hooglanderveen.
Zaterdag
Terug naar het veld. Sinds het begin van seizoen 2024/2025 speelt Hooglanderveen op zaterdag. Net als de meeste clubs, namen ook zij afscheid van de zondag. Steenbeek zegt daarover: ‘Er was wel een ledenvergadering voor nodig, maar de jeugdspelers waren al gewend om op zaterdag te spelen en wilden dat ook blijven doen als ze verder doorgroeiden binnen de vereniging. Bovendien waren we het wel een beetje zat om met drie man als aanhang ver weg naar uitwedstrijden te rijden. Nu spelen we vooral tegen clubs die vlakbij ons liggen en dat bevalt goed. De uitwedstrijden zijn nooit ver rijden en omdat we meerdere derby’s per seizoen spelen, hebben we veel meer publiek.’
Cultuur
Gek van voetbal is Kees Steenbeek altijd geweest. Als jochie van 15 wist hij het al tot het eerste elftal te schoppen. ‘Ik kon er best wat van en ben tot mijn 43ste gevraagd om uit te komen voor het eerste.’ Hij werd dan ook beloond met het erelidmaatschap van de club toen hij 25 jaar in het vlaggenschip speelde. Steenbeek is niet weg te denken bij de club, en moet daar zelf ook niet aan denken. Het is allemaal veel te leuk. ‘Ik had eerst een meer adviserende rol, maar pakte daarna ook vanalles op voor de jeugd. Ik was jeugdleider, coördinator, trainer, lid van de technische commissie en sinds mijn pensioen help ik ook regelmatig mee met de schoonmaak. Ook help ik met de organisatie van toernooien en toen alles stil lag tijdens corona, ben ik met wat anderen clubmensen gaan interviewen voor het jubileumboek rond ons 75 jarig bestaan. We gingen gewoon met maximaal drie man op een aantal meter van elkaar in het clubhuis zitten en spraken dan over de club, daar was toch verder niemand, dus dat was prima.’
Het jubileum van driekwart eeuw werd meer luister bijgezet dan het 80 jarig bestaan dat dit jaar gevierd wordt. ‘Er wordt wel een feest gegeven en ook krijgen we een mooie fotomuur in het clubhuis als het goed is’ zegt Steenbeek. ‘Maar ik kijk eigenlijk met nog veel meer plezier terug op ons 50-jarig jubileum, dát was pas echt een feest. We hadden een enorme feesttent middenin het dorp opgezet en werkelijk waar het héle dorp kwam het meevieren. Dat was mooi en zou nu niet meer kunnen, daar zijn we te groot voor geworden.’
Het past in de ontwikkeling van Hooglanderveen: een vereniging die begon als een kleine dorpsclub en zich moest aanpassen aan een snel veranderende omgeving. Tegelijkertijd bleef de club vasthouden aan elementen uit de beginperiode: lokale betrokkenheid, herkenbare gezichten en een cultuur waarin vrijwilligerswerk een centrale rol speelt. Kees Steenbeek is dan ook een tevreden clubman: ‘Het blijft een mooie club en ik hoop dat ik er nog 25 jaar bij kan blijven. Misschien mag ik het 100-jarig jubileum ook nog wel meemaken.’
