Utrechtse Raad stemt vóór onderzoek roeiwater in polder Rijnenburg

Op het Utrechtse Merdewekanaal is geen plaats voor recreanten roeiers, zwemmende stadsgenoten, pleziervaarten, vissers én wedstrijdroeiers.
Fotocredits: Bart Weerdenburg/Utrechtse Sportkrant

De roeiproblematiek op de Utrechtse wateren is bekend en op 23 januari werd de zoveelste update aan het dossier toegevoegd. De gemeenteraad stemde op die datum in met een zogenaamd inpasbaarheidsonderzoek, daarover later meer.

Eerst nog een uiteenzetting van de feiten voor hen die niet bekend zijn met het dossier: al tientallen jaren vragen de drie roeiverenigingen Orca, Triton en Viking namens de inmiddels ruim 3.000 leden om meer roeiwater. De roeiers zijn aangewezen op het Merwedekanaal in het westen van de stad, maar door recreërende stadgenoten – vissen, zwemmen (vooral bij de Muntbrug) en pleziervaart – komen met name de wedstrijdroeiers in het gedrang.

De toenemende vraag voor deze sport in combinatie met de verstedelijking van Utrecht resulteert in ledenstops en vormt een steeds acuter veiligheidsprobleem op het water. De roeiers vragen de Utrechtse politiek al langer om met hen mee te denken. De watersporters wezen het gemeentebestuur meerdere keren op de problematiek en bogen daarbij op de lange roeitraditie die de stad kent. Het Merwedekanaal is al sinds 1907 het trainingswater van zowel jong en oud, recreant, olympiër, student en burger, daarvan helemaal afscheid nemen zou erg droevig zijn. 

Stichting Watersportbaan Midden Nederland (SWMN), de organisatie waarin de roeiverenigingen hun krachten hebben gebundeld, pleit al lang voor een alternatief voor de wedstrijdroeiers die ‘lange’ kilometers moeten kunnen maken, genoeg trainingsarbeid kunnen verrichten om op niveau te komen en steeds beter te worden. En dus niet moeten uitwijken voor dobbers, bootjes en mensen. De aangekondigde bouw van 6.000 woningen voor 12.000 inwoners in de Merwede Kanaal Zone zullen de druk op het kanaal alleen maar doen toenemen, mede door de extra bruggen die gebouwd gaan worden.

Uitwijken

In 2019 luidden de roeiverenigingen in een bidbook nog maar eens de noodklok: ‘de stad Utrecht groeit en de provincie verstedelijkt in een hoog tempo. De behoefte aan sportfaciliteiten groeit daarmee evenredig: bij de ene sport nog sneller dan de andere. Eén van de snelst groeiende sporten is de roeisport. De hoeveelheid roeiers neemt jaarlijks met 3-5% toe. Echter, het roeiwater in de regio Utrecht staat in toenemende mate onder druk.’

Een uitwijkmogelijkheid bood polder Rijnenburg, de enige overgebleven haalbare optie uit de vele die de revue de afgelopen jaren gepasseerd zijn. Rijnenburg werd niet voor niks uitgekozen. Het is volgens de verenigingen dé ideale plek om te voldoen aan de vele uitdagingen van de stad en bovendien ligt het binnen een half uur fietsen van de Dom; een van de uitgangspunten om deze optie voor studenten haalbaar te maken. Het is de ambitie van de roeiverenigingen een ‘groene long’ aan te leggen in het noordelijke stuk van polder Rijnenburg met daarin roeiwater als kernelement. Een baan van twee kilometer met mogelijkheden om verder door te roeien. Dit water biedt daarbij mogelijkheden op het gebied van sportbeoefening, duurzame energie en recreatie. Op die plek zou de eerste roeiwedstrijd in Rijnenburg in 2030 georganiseerd kunnen worden. 

In de polder wordt ruimte gemaakt voor een nieuwe woonwijk met circa 25.000 woningen. Ook komt er ruimte voor het opwekken van duurzame energie. Voor beide plannen is al een akkoord bereikt. Maar de roeiverenigingen zagen in de polder ook kans voor een roeibaan en lieten zich in 2023 adviseren door het Utrechtse onderzoeksbureau Bureau Buiten. Dat constateerde:
 ‘De baan kan in Rijnenburg ruimtelijk worden ingepast, en het is uit te voeren zonder dat dit de samenleving veel extra geld gaat kosten. Dit komt vooral doordat er vanwege alle bouwplannen toch extra oppervlaktewater aangelegd moet worden’, zegt Joost Hagens. Hij is een van de experts die het onderzoek uitvoerde.

Eerder was uitgegaan van een rechthoekige roeibaan van 120 meter breed en 2,2 kilometer lang. ‘De roeiers hebben echter een veel slimmere oplossing bedacht’, zegt Hagens. ‘Ze hebben een accommodatie ontworpen waarop ze als het ware een rondje kunnen varen. Heel belangrijk daarbij is dat het water een stuk smaller kan worden uitgevoerd. Het water is daardoor veel beter te overbruggen. En dat is de grootste kostenpost als het gaat om het aanleggen van water dat veilig is voor roeiers. Een brugpijler midden in het water is voor hen gevaarlijk. Wij hebben vooral gekeken waar dit roeirondje is in te passen’, aldus Hagens. Het rapport werd aangeboden aan sportwethouder Eva Oosters en daarna bleef het lange tijd stil.

Lichtpuntje

We maken een sprong in de tijd. In 2026 zal een uitgangspuntennotitie worden voorgelegd aan de Utrechtse gemeenteraad wat betreft de nieuw aan te leggen woonwijk in polder Rijnenburg. Donderdag 23 januari ging het in de gemeenteraad alvast over de planning naar dat jaartal toe, in de vorm van een zogenaamde uitgangspuntennotitie.

Op initiatief van de politieke partij Student & Starter werd in dat kader een motie ingebracht over de roeitrainingsaccommodatie in de polder, die de Utrechtse roeiverenigingen al jaren willen en wat tot op heden bij de gemeentelijke politiek niet hoog op de agenda stond. De motie kende als uitgangspunt ‘Samenwerking bij verkenning roeiwater in Rijnenburg’ en stelde concrete vragen aan de gemeenteraad om het overleg met de roeiverenigingen te hervatten en daarbij te leren van de aanleg van de Willem-Alexander Baan in Rotterdam, dat door een succesvolle samenwerking tussen diverse actoren tot stand kwam. (De hele tekst van de motie is in het kader elders op deze pagina te lezen.)

De motie werd massaal door de raadsleden ondersteund. Liefst 95% stemde in. Alleen DENK en Stadsbelang Utrecht stemden tegen om een onderzoek naar de inpasbaarheid van een roeitrainingsaccommodatie in polder Rijnenburg uit te gaan voeren.

Dit overtuigende akkoord is een belangrijke stap voorwaarts om op gewenste fietsafstand van het centrum van Utrecht extra roeiwater te realiseren. Aan de website en roei-autoriteit nlroei.nl liet voormalig toproeier en WK-coach Willem van Schelven, die zich al jaren voor het Utrechtse roeiwater inzet, in een reactie weten: ‘In de uitgangspuntennotitie zal een hele hoop zaken worden benoemd die gerealiseerd moeten gaan worden. In elk geval zal er ook een waterberging moeten worden aangelegd. Dat water willen wij graag voor het roeien benutten.’  

Toekomst

De roeiers zijn er echter nog niet. Nog lang niet. Maar ze kunnen wel stellen dat voor het eerst een grootschalige erkenning van de problematiek door de gemeenteraad heeft plaatsgevonden. En wie bang is de roeiers te gaan missen op het Merwedekanaal, kan gerustgesteld worden. Het kanaal blijft de thuisbasis van de Utrechtse roeiers; deze zullen daar te allen tijde aanwezig blijven. De wedstrijdroeiers die ook van het roeiwater gebruik willen en moeten maken, zullen echter uit gaan wijken naar de polder. Daar kunnen zij in rustiger vaarwater werken aan nieuwe olympische prestaties.


‘Samenwerking bij verkenning roeiwater in Rijnenburg’

Tekst van de motie aan Utrechtse gemeenteraad zoals ingediend door Student en Starter met mede-indieners UtrechtNu!, EenUtrecht, D66, PvdA en CDA.

De Utrechtse roeiers zoeken al meer dan 50 jaar naar extra trainingswater, waarbij eerdere locaties zoals Haarrijnseplas, Leidsche Rijn, Maarsseveense Plassen en Uithof/Science Park niet haalbaar bleken. In het coalitieakkoord is vastgelegd dat er roei- en trainingswater moet komen, waarvoor de locaties Rijnenburg en Vianen-Ameide worden onderzocht. Het noordelijke deel van Rijnenburg in de Programmatische Verkenning wordt genoemd als kansrijke locatie voor roeiwater, gecombineerd met waterberging en recreatie en bij de aanleg van de Willem-Alexander Baan in Rotterdam een succesvolle samenwerking tussen diverse actoren tot stand kwam.

De ondertekenaars stellen dat het combineren van functies in Rijnenburg, zoals waterberging, recreatie, duurzame energie en roeiwater, bijdraagt aan efficiënt ruimtegebruik en het college deze kans ondersteunt. Samenwerking tussen verschillende partijen (zoals bij de Willem-Alexander Baan in Rotterdam) biedt unieke kansen voor een duurzame multifunctionele inrichting van het noordelijke deel van Rijnenburg, met mogelijke financiering vanuit de provincie Utrecht, de Rijksoverheid, het waterschap, Deltafondsen, Europese subsidies, de gemeente Utrecht, roeiverenigingen en private investeerders. Bovendien kunnen waardevolle lessen van de Willem-Alexander Baan bijdragen aan een efficiëntere aanpak in Utrecht en stellen de partijen dat de planvorming voor de uitgangspuntennotitie van Rijnenburg in een belangrijke fase zit.

Het college wordt verzocht om het op zo kort mogelijke termijn het inhoudelijke overleg met de drie roeiverenigingen en de Stichting Watersportbaan Midden-Nederland te hervatten. Daarnaast wordt het verzocht in gesprek te gaan en in gesprek te blijven met relevante actoren om ruimtelijke en financiële samenwerkingsmogelijkheden te verkennen en waar mogelijk unieke kansen te benutten voor de aanleg van een multifunctionele inrichting van het noordelijke deel van Rijnenburg met roeiwater. Tenslotte wordt het college verzocht de uitkomsten van deze gesprekken op te nemen in het integrale plan voor Rijnenburg en de raad een tussenstand te geven bij de uitgangspuntennotitie en een update bij de volgende planfase.


Vorige
Vorige

Wielerverenigingen Woerden en Het Stadion formeren jeugdteam

Volgende
Volgende

Meerdere hockeyers genomineerd voor Utrechtse Sportprijs