Medaille op Spelen zou pas echt stunt zijn van Stijn van de Bunt

Zondag 8 februari rijdt Stijn van de Bunt zijn eerste olympische wedstrijd.
Fotocredits: Geert Lommers/Utrechtse Sportkrant

Als skeeleraar was Stijn van de Bunt niet onbekend met vallen. Maar de impact afgelopen zomer van de botsing op de racefiets met een auto was beduidend groter dan wat schaafwondjes. Met een rugfractuur en gebroken ribben lag hij dagen in het ziekenhuis en kon hij weken niet trainen. Amper een half jaar later staat de langebaanschaatser uit Lopik op de Olympische Winterspelen. Waar hij een boordevol programma met vier onderdelen voor zijn kiezen krijgt.

Het heeft hem zelf ook verbaasd, al bleef hij uiterlijk een koele kikker onder de verrassende overwinningen op de 5 en 10 km op het OKT. De lichtvoetige debutant leek in Thialf te zweven over het ijs en groeide uit tot de revelatie van het kwalificatietoernooi. Het is trouwens een van de sterke punten van Van de Bunt: mentale veerkracht. Na de crash tijdens een trainingskamp in Andorra ging hij niet bij de pakken neerzitten en werkte gedisciplineerd aan zijn herstel. Toch oordeelde zelfs de staf van Team IKO-X²O dat zijn optreden op het OKT ‘bizar’ was.

Als jongen werd Stijn lid van de Schaats- en Skeelervereniging in Oudewater. Hij trainde op de Vechtsebanen in Utrecht en kwam in het vizier van TalentNed. Een opleidingsinstituut dat onder leiding van oud-topschaatser Gerard Kemkers jonge talentvolle sporters begeleidt op weg naar de top. Daar leerde hij zich staande te houden in een groep met onder meer Joep Wennemars, ook in Milaan, en Stefan Westenbroek.

Skeelerervaringen

Hij werd volwassener en koos vol voor het schaatsen, al plukt hij nog steeds de vruchten van zijn skeelerervaringen. Zoals het leren rijden in een peloton, noodzakelijk bij de massastart waarvoor hij is aangewezen samen met Jorrit Bergsma. Op die discipline zal hij in Milaan Bart Swings tegenkomen, met wie hij een goed contact heeft. De Belg komt ook uit het skeeleren, net als trouwens de jonge Tsjech Jilek en de Fransman Loubineaud, tegenstanders op de 5 en 10 km.

Met vier starts in Milaan staat de 21-jarige Van de Bunt, die zal rijden in een revolutionair hybride schaatspak, voor een grote fysieke opgave. Want hij rijdt ook nog eens de ploegenachtervolging (team pursuit), een onderdeel waarop hij met de junioren wereldkampioen werd. Het vereist een goede afstemming met de teamgenoten – in dit geval Marcel Bosker en Chris Huizinga. Coach Erik Bouman op schaatsen.nl: ‘Stijn is daar eigenlijk de perfecte rijder voor. Hij kan duwen, hij kan op kop rijden, hij heeft snelheid en vermogen.’

Een eerste krachtmeting met de wereldtop illustreerde dat de nuchtere Lopiker nog ver verwijderd is van een individuele olympische medaille. Bij de World Cup in Inzell realiseerde hij op de 5 km twee weken voor de Winterspelen 6.11,97 in de B-groep. Dat was ruim 13 seconden langzamer dan de Noor Sander Eitrem, die met een verbluffende 5.58,52 als eerste ooit onder de zes minuten dook. Ook de genoemde Jilek en Loubineaud, de Amerikaan Dawson en de Italiaan Ghitto lijken vooralsnog onbereikbaar.

Zelf was Stijn van de Bunt er tot voor kort ook van uitgegaan dat de Spelen van 2026 te vroeg kwamen, dat hij zich moest richten op vier jaar later. Hij moet niets, kan onbevangen over het ijs glijden. In feite is Milaan een bonus.

Volgende
Volgende

Op het ijs en op de slee, ze dromen allemaal van een olympische plak