Utrechtse roeiers verzuipen bij gebrek aan politieke slagkracht
In september 2016 zag de eerste editie van de Utrechtse Sportkrant het levenslicht. In het tienjarig bestaan van deze krant hebben we de breedtesport, de topsporters, het rijke verenigingsleven, het beleid en de sportcultuur in onze regio belicht en, hopelijk, versterkt. Met een team van enthousiaste en betrokken medewerkers tekenden wij originele verhalen op, die zowel in onze krant als op onze website werden gepubliceerd. In 2026 blikken we in elke krant terug op de hoogtepunten van één jaargang, te beginnen met 2016.
We startten het zogenaamde nulnummer van de Utrechtse Sportkrant met de roeiproblematiek op de stadse water. Met deze alinea openden we het roeidossier dat anno 2026 nog steeds addenda krijgt: Ruim 600 eerstejaars studenten in Utrecht kunnen dit najaar niet worden ingeschreven als nieuw lid van Triton of Orca, de twee studentenroeiverenigingen in de stad. Beide verenigingen hebben rond de 750 leden en kregen beide rond de 600 nieuwe aanmeldingen. Voor minder dan de helft was plaats.
De eerste Utrechtse Sportkrant van 16 september 2016
De achtergrond is als volgt. Al tientallen jaren vragen de drie roeiverenigingen Orca, Triton en Viking namens de (inmiddels) ruim 3.000 leden om meer roeiwater. De roeiers zijn aangewezen op het Merwedekanaal in het westen van de stad, maar door recreërende stadgenoten – vissen, zwemmen en pleziervaart – komen met name de wedstrijdroeiers in het gedrang. Het Merwedekanaal is overbelast en voldoet niet meer aan de behoeften van wedstrijdroeiers en intensieve trainingsprogramma's. Het wordt steeds voller en drukker, dit leidt tot steeds gevaarlijkere situaties. Er is dus behoefte aan een duurzame oplossing voor extra roeifaciliteiten naast de huidige mogelijkheden op het Merwedekanaal. Menig politieke partij erkende het probleem in 2016, maar een oplossing werd niet gauw gevonden.
Overigens repte de Utrechtse politiek lang voor het bestaan van de Utrechtse Sportkrant, in 2009 al over een nieuwe woonwijk die in polder Rijnenburg, aan de zuidkant van de A12 ter hoogte van De Meern, zou moeten verrijzen. In totaal wil de gemeente in dit nieuwe stadsdeel ruimte bieden aan circa 25.000 woningen en 12.500 werkplekken. Anno 2016 werd deze locatie niet gezien als optie voor meer roeiwater.
In februari 2018 voegden we een nieuwe hoofdstuk aan het roeidossier toe toen acht partijen in verkiezingssfeer een sportakkoord tekenden op initiatief van D66 en CDA met onder meer deze zin: ‘Een tweede roeiwater behalve het Merwedekanaal is van groot belang en mag wat kosten.’ De Utrechtse journalist, vanaf dag één aan deze krant verbonden, Pim van Esschoten wijdde er een column aan:
‘Sportwethouder Maarten van Ooijen (CU) liet vaker dan eens weten dat roeien hem dierbaar is. Allemaal liefde. Toch is het beter om bij dit dossier beide ogen en oren open te houden. Bij alle warmte komt het roeien steeds meer in de kou te staan. De lokale overheid walst door met de ontwikkeling van het gebied langs het Merwedekanaal. Het is al steeds drukker geworden op het water (zwemmers, sloepen en eigenlijk alles dat drijft) en nu staat ook de bouw van zes bruggen en de bouw van duizenden woningen op de rol. Met haventjes. De belofte is dat roeien evengoed veilig blijft op het kanaal. Het lijkt er eerder op dat de belofte van de motie-Buunk kopje-onder gaat. Bij Triton, Orca en Viking groeit de moedeloosheid (net als de wachtlijsten). Toproeiers van de twee studentenclubs zijn al uitgeweken naar een tijdelijke accommodatie in Vianen. Wethouder Van Ooijen trok recent 50.000 euro uit, zodat de noodoplossing tot april 2020 is gered. Pappen en nathouden, zogezegd. Ondertussen hebben ze op De Driewerf amper een idee hoe er komend jaar op het Merwedekanaal kan worden geroeid nu een begin is gemaakt met de verbreding van de Nelson Mandelabrug. Na al die jaren van overleg, praten, rapporten opstellen en ander eindeloos gedoe, is het tijd voor een kloek besluit. Even heel diep inademen en dan eerlijk toegeven dat het niet samen kan gaan. Die nieuwe wijk langs het Merwedekanaal wordt vast prachtig, zo dicht tegen het centrum en langs het water, en dient een groot maatschappelijk belang. Maar vergeet dan ook dat het Merwedekanaal een ‘volwaardige’ roeiaccommodatie kan blijven. Op een smal en steeds drukker kanaal gaan lange halen, brugpijlers en dobberen niet samen. Dafne Schippers traint ook niet op een atletiekbaan vol dinsdagavondjoggers, met een stel betonnen palen voor haar neus. Daarom. Stuur vandaag nog de graafmachines richting Polder Rijnenburg en grááf. Maak er wat moois van, die nieuwe roeibaan. Ter herinnering: ‘Het mag wat kosten.’
Urgentie
In 2019 wisten we dat er meerdere opties voor extra roeiwater waren onderzocht. Papendorp en de Haarrijnse plas kwamen ooit als alternatief voorbij. De Uithof ook, maar hoe er ook op de tekentafel werd gerekend en geschoven, het was steeds onvoldoende. Een uitwijkmogelijkheid bood polder Rijnenburg, de enige overgebleven haalbare optie uit de vele die de revue de afgelopen jaren gepasseerd hadden. Rijnenburg werd niet voor niks uitgekozen. Het is volgens de verenigingen dé ideale plek om te voldoen aan de vele uitdagingen van de stad en bovendien ligt het binnen een half uur fietsen van de Dom; een van de uitgangspunten om deze optie voor studenten haalbaar te maken. In dat jaar luidden de roeiverenigingen in een bidbook nog maar eens de noodklok.
De roeiverenigingen werden steeds wanhopiger. Het was zonneklaar voor hen dat polder Rijnenburg eigenlijke de meest logische optie was: een oplossing waarvoor de gemeente ontvankelijk leek, maar geen urgentie had. De aanleg van een energielandschap kreeg evenwel voorrang op woningbouw en een oplossing voor het gebrek aan roeiwater in en om Utrecht. De gemeente stelde in 2021 de haalbaarheid van een eventuele roeibaan op een later tijdstip te willen onderzoeken. Maar ook als uit het onderzoek zou blijken dat een roeibaan wenselijk en, niet onbelangrijk, betaalbaar was, en deze daadwerkelijk gerealiseerd zou worden in 2040, hadden de verenigingen anno 2021 en de jaren er na nog steeds een probleem. Orca vroeg zich af: ‘Wat doen we in de tussentijd? Daar ligt voor ons de urgentie. Als er nu niets gebeurt, ligt het roeien in 2040 al lang op z’n rug.’
Agenda
In 2022 werd het coalitieakkoord 2022-2026 vastgesteld waarin stond dat in Utrecht plek moet zijn voor geschikt roei- en trainingswater, ook voor de toproeiers. Er werden wederom toezeggingen gedaan voor haalbaarheidsonderzoeken en soms leek er een lichtpuntje te zijn, maar harde toezeggingen kregen de roeiers niet. De gemeenteraad stemde in 2023 in met een zogenaamd inpasbaarheidsonderzoek, waardoor roeien in polder Rijnenburg een heel klein stapje dichterbij was gekomen. Want waar eerder de vraag was Kán het? (haalbaarheidsonderzoek), werd deze nu: Past het? (inpasbaarheidsonderzoek). In dat jaar, uitgerekend in de week dat Nederland bij de WK het beste roeiland van de wereld werd, bleek dat het college van burgemeester en wethouders van Utrecht straks op roeigebied wat te kiezen zou hebben. Want roeiwater in de polder Rijnenburg bleek op twee plaatsen in de polder Rijnenburg te realiseren.
Daarna werd het weer stil, al verdween het onderwerp nooit helemaal uit de publiciteit. In 2025 gaf de Utrechtse Sportkrant in een artikel een update over de ontwikkelingen. Want hoewel de technische inpasbaarheid was aangetoond, bleef de financiering en de koppeling met de woningbouw (beoogde start in 2035) een punt van voortdurende aandacht. Na jaren van moties, verkenningen, haalbaarheidsonderzoeken, inpasbaarheidsonderzoek en programmatische verkenning van de gemeente Utrecht, kwam het onderwerp op 23 januari jl weer aan de orde in de raadsvergadering. De bedoeling is nu in 2026 een zogeheten uitgangspuntennotitie voor te leggen aan de Utrechtse gemeenteraad voor wat betreft de nieuw aan te leggen woonwijk in polder Rijnenburg. Op initiatief van de politieke partij Student & Starter werd in dat kader een motie ingebracht over de roeitrainingsaccommodatie in de polder. De motie kende als uitgangspunt ‘Samenwerking bij verkenning roeiwater in Rijnenburg’ en stelde concrete vragen aan de gemeenteraad om het overleg met de roeiverenigingen te hervatten en daarbij te leren van de aanleg van de Willem-Alexander Baan in Rotterdam, dat door een succesvolle samenwerking tussen diverse actoren tot stand kwam. De motie werd massaal door de raadsleden ondersteund. Liefst 95% stemde in. Alleen DENK en Stadsbelang Utrecht stemden tegen.
Samenvattend: tien jaar na de eerste artikelen in deze krant over de roeiproblematiek is het roeidossier nog niet gesloten. Een robuust raamwerk waarin het roeiwater als essentieel ontwerpelement wordt toegevoegd, ontbreekt nog steeds aan de plannen van polder Rijnenburg. Heel simpel gesteld: zonder duidelijke richting en borging lopen we nog steeds het risico dat het Utrechtse roeiwater gaat verdwijnen.
Wordt ongetwijfeld vervolgd.
