Voor Utrechter Niels Kerstholt is met relaygoud drama van Sotsji rechtgezet
Op 21 februari 2014 beleefde de Utrechtse shorttracker Niels Kerstholt de zwartste dag van zijn leven. Voor het eerst had Nederland de olympische finale van de mannenrelay bereikt, maar al na vier seconden was de kans op goud vervlogen. De val van Freek van der Wart in de eerste bocht zorgde voor een traumatische ervaring bij de ongelukkige en zijn teamgenoten Sjinkie Knegt, Daan Breeuwsma en Niels Kerstholt, nu bondscoach van de shorttrackers.
Die kan dan ook zijn geluk niet op wanneer het kwartet Jens van ´t Wout, Melle van ´t Wout, Teun Boer en Friso Emons (met reserve Itzak de Laat als bloednerveuze observator) op de Winterspelen van 2026 onder zijn regie een vlekkeloze race rijdt. Goud, twaalf jaar na de tragedie in Sotsji.
Van der Wart en Breeuwsma zitten op de tribune van de Milano Ice Skating Arena en zijn er live getuige van, Knegt zit thuis bij zijn kinderen maar zal geen seconde van de memorabele 6.51 minuten gemist hebben. Na de mislukte jacht naar goud op de gemengde aflossing en de mislukte jacht naar goud op de vrouwenaflossing lukt het dan toch met de mannen, ondanks de zware tegenstand van Zuid-Korea (zilver), thuisland Italië (brons) en Canada.
Oranje rijdt op het koningsnummer van begin tot eind met het koppie erbij, soms wat afwachtend om vervolgens weer aanvallend te koersen. En wanneer een tegenstander uit de greep probeert te ontsnappen is er Jens van ’t Wout die hem tot de orde roept. Dezelfde Van ’t Wout die, met al tweemaal individueel goud op zak, in de laatste ronde bijna freewheeland over de baan glijdt, zo groot is het gat met de achtervolgers.
Vloek
De bittere smaak van de vrouwen en de mixed is weggepoetst, de vloek van Sotsji doorbroken. Voor Kerstholt is de cirkel rond. De bondscoach springt als een gek heen en weer, danst - of iets wat er op lijkt - en knuffelt behalve zijn jongens iedereen die in de buurt is. Stralend verschijnt hij voor de camera van de NOS. ‘We wilden uitstralen wie we zijn, wat voor een geweldige sport wij doen. Daar hoort een teammedaille bij en dit is een gouden.’ Om zijn eigen betoog af te kappen: ‘Ik ga feesten.’
