Wielrenner Jelle Roks: ‘fietsen is fantastisch, maar wel op mijn manier’
Of Veenendaler Jelle Roks (20) ooit aan de start zal staan van de wielerklassieker Veenendaal-Veenendaal is een open vraag. Roks zit vooral voor zijn plezier op de fiets, rijdt zijn wedstrijden en is al blij met een plaats bij de beste tien van een wedstrijd. De Utrechtse Sportkrant sprak met de doelbewuste jonge renner.
Jelle Roks: ‘De prestaties blijven misschien wel uit, maar ik heb het goed naar mijn zin.’
Fotocredits: Archief Jelle Roks
Als basisschoolleerling had Jelle Roks een ander sportperspectief: ‘Ik heb tot mijn twaalfde jaar bij DOVO gevoetbald, maar vanwege hypermobiliteit (zie kader, red.) in enkels en knieën moest ik met voetbal stoppen. Veel pijntjes en snel last van overbelasting zorgden ervoor dat de lol in het voetballen verdween,’ vertelt Roks over het begin van zijn loopbaan. ‘Mijn vader was toerfietser en die fiets vond ik ook wel interessant. Dus kochten we een racefiets, een wielrenpakje en meldde ik me aan bij AXA Valleirenners. Als twaalfjarige trainde ik tweemaal per week en in mijn eerste seizoen reed ik mijn eerste wedstrijdjes in de regio. In het tweede seizoen startte ik ook bij landelijke wedstrijden, reden we stad en land af om te koersen en voegde ik veldrijden aan mijn wedstrijden toe. Ik had al op YouTube gekeken hoe je het beste op een fiets kon zitten en een fietsenmeter in Groesbeek vertelde me de details van een goede zithouding. Als je goed op de fiets zit, is een valpartij nog het grootste risico en daar kun je blessures oplopen.’
Top tien
‘Ik heb bij AXA Valleirenners alle leeftijdscategorieën doorlopen, categorie 6, 7 en Nieuwelingen. Maar ik was bij de club de enige jeugdrenner met enige ambitie, dus ben ik overgestapt naar JvR de Batauwers in Tiel, samen met nog een aantal jeugdrenners, die bij hun club in een vergelijkbare situatie zaten. Door samen voor een club te gaan rijden, konden we ook als ploeg worden ingeschreven. Maar dat was net aan het begin van de corona-periode. Veel jongens zijn toen afgehaakt, ik ben juist meer gaan trainen. Niet omdat het moest, maar omdat ik het leuk vond. Ik beschikte toen ook nog niet over de beste fiets, dat kwam later. Ik heb als junior in mijn eerste jaar regelmatig ‘top tien’ gereden en in het tweede jaar reed ik lekker mee. Nu rijd ik in de categorie Onder 23, waar we ook grote wedstrijden en klassiekers rijden.’
Kweekvijver
‘Ik kom nu uit voor het Dutch Food Valley Cycle Team. Dat is een clubteam, dat wordt gedragen door vier verenigingen: AXA Valleirenners, JvR de Batauwers, WV RETO Arnhem en R&TC Groenewoud uit Nijmegen. Het Dutch Food Valley Cycling Team (DFVCT) is het Elite-/Beloftenteam van regio Gelderland en Utrecht. Onze club leidt renners op die de ambitie hebben om op continentaal niveau te racen. Op dat niveau krijgen renners een kleine vergoeding en wordt alles voor hen geregeld.Nog een niveau hoger is het professionele niveau. Een goede profwielrenner kan leven van zijn sport, maar er zijn natuurlijk wel verschillen qua kwaliteit en inkomsten. Om voor onze club te rijden moet je lid zijn van een van de ondersteunende verenigingen, dus ik ben nu weer terug als lid van AXA Valleirenners.’
Roks legt uit dat binnen DFVCT sprake is van een kweekvijverteam en van een selectieteam. ‘Ik heb twee jaar in het selectieteam gereden, maar als gevolg van enkele blessures heb ik weinig wedstrijden gereden. Dit jaar rijd ik in het kweekvijverteam. Wielrennen is voor mij vooral een sport die ik leuk vind. Bovendien studeer ik nog aan de Wageningen Universiteit, waar ik de opleiding Bedrijfs- en Consumentenwetenschap volg. Ik geniet daar ook de mogelijkheid van de topsportstatus, maar daar heb ik nog weinig gebruik van hoeven maken. Bovendien werk ik parttime bij Sportservice Veenendaal en wil ik nog wat tijd overhouden voor mijn vriendin. Ik wil plezier beleven en leuke wedstrijden rijden. Stoppen met school en werk en volledig prof worden is niet hoe ik mijn leven wil inrichten. Fietsen is fantastisch, maar wel op mijn manier. Ik heb ook niet het gevoel dat ik dicht bij een professionele carrière zit. Als junior wilde ik wel zo ver mogelijk komen, maar wat ik ervoor wil laten, is niet goed genoeg. Ik wil nu eerst mijn studie afronden.’
Ontzorgen
‘Mijn club ontzorgt me tijdens wedstrijddagen. We reizen met een ploegbus naar de wedstrijden, de ploeg zorgt voor sportvoeding, voor een monteur en voor verzorgers die onderweg bidons aangeven. We rijden wedstrijden in Nederland, maar ook doen we mee aan internationale wedstrijden in het buitenland, soms ook meerdaagse koersen.’
Hij heeft met zijn trainer besproken hoe dit seizoen aangepakt moet worden. ‘De prestaties blijven misschien wel uit, maar ik heb het goed naar mijn zin. We hebben doelen opgesteld, maar ik heb ook verwoord wat ik niet wil doen. Een van de doelen was het letten op de voeding. Ik had geen gram te veel, eerder een paar te weinig. Dus was een paar kilo zwaarder worden een van de doelen. Inmiddels ben ik zeven kilo zwaarder en zit ik op een gezond gewicht. Bovendien heb ik nu meer power. Dat zwaarder worden is gelukt in samenwerking met een diëtist, die me met adviezen ondersteunt. Een ander doel is twee weken zonder fiets op vakantie gaan. Maar ook wil ik dit jaar meedoen aan de triatlon in Veenendaal. Eerst maar eens een achtste, om te beginnen. Fietsen kan ik natuurlijk, het zwemmen kan ik bij mijn werk oefenen. Alleen het hardlopen is een dingetje met mijn hypermobile knieën en enkels. Daar zal ik niet veel voor oefenen, denk ik.’
Voorfietser
‘Mijn ouders hebben me altijd gesteund en ik heb een kleine sponsorgroep die me helpt en ik kan, dankzij Team Veenendaal, gebruik maken van de mogelijkheden bij La Vita. Om die steun van Team Veenendaal te krijgen moest ik onderbouwen waarom ze me zouden moeten steunen en wordt mijn hulp verwacht bij sportevenementen in Veenendaal. Zo ben ik voorfietser bij verschillende loopevenementen, zoals de Veenendaal City Run en de Valleyrun.’
‘Inmiddels heb ik wel een verzameling bekers en prijzen thuis staan, maar tegenwoordig zijn mijn podiumplekken schaars. Een top-tienklassering levert vaak een envelopje met een klein bedrag op, maar daar word ik niet rijk van. Ik kan rondkomen met wat ik heb en krijg en ik hoef geen beroep meer te doen op mijn ouders.’
Hypermobiliteit
Hypermobiliteit (ook wel hyperlaxiteit) betekent dat je gewrichten extreem soepel zijn en verder kunnen bewegen dan normaal. Dit komt doordat de banden en pezen rondom de gewrichten te veel speling hebben en onvoldoende steun bieden. Bij veel mensen is hypermobiliteit een voordeel (bijv. bij dansers of turners) en geeft het geen klachten. Wanneer het wel klachten geeft, spreek je van het hypermobiliteitsyndroom. Die klachten bestaan uit overbelasting (omdat de gewrichten instabiel zijn, moeten de spieren harder werken om alles op zijn plek te houden), pijn en stijfheid (spierspanning, gewrichtspijn en chronische vermoeidheid) en bijvoorbeeld instabiliteit (gewrichten schieten makkelijker uit de kom).
De precieze oorzaak van hypermobiliteit is vaak niet bekend. Het is soms aangeboren, kan erfelijk zijn, of het is onderdeel van een onderliggende bindweefselaandoening.
