Lars (links) en Marijn van den Berg tijdens de begindagen van hun professionele wielerloopbaan.
Foto’s: Team Metec.
In september 2016 zag de eerste editie van de Utrechtse Sportkrant het levenslicht. In het tienjarig bestaan van deze krant hebben we de breedtesport, de topsporters, het rijke verenigingsleven, het beleid en de sportcultuur in onze regio belicht en, hopelijk, versterkt. Met een team van enthousiaste en betrokken medewerkers tekenden wij originele verhalen op, die zowel in onze krant als op onze website werden gepubliceerd. In 2026 blikken we in elke krant terug op de hoogtepunten van één jaargang, te beginnen met 2016.
In 2017 maakte de Utrechtse Sportkrant een serie over sporttalenten in de provincie Utrecht. Onder hen de broers Lars en Marijn van de Berg uit De Meern, destijds respectievelijk 18 en 17 jaar. Vol van ambitie vertelden ze over hun liefde voor de fiets en hun dromen over de toekomst.
Oudste broer Lars: ‘Vanaf m’n zesde zit ik op de fiets, twaalf jaar dus nu. Eerst zat ik op hockey maar dat vond ik niet zo. Toen heeft m’n vader me meegenomen naar Het Stadion in Nieuwegein, naar een kennismakingsdag wielrennen. En dat vond ik zo leuk dat ik ben overgestapt.’ Samen met broer Marijn deed hij aan krachttraining en trainden ze uren op de weg: ‘Dan volgen we de schema’s die we van onze trainer krijgen en rijden we zo’n 65 kilometer in twee uur. Utrechtse Heuvelrug, naar Amerongen of Hilversum op en neer; we proberen er wel een beetje variatie in te brengen, want anders wordt ‘t saai. En de ploegentraining doe ik bij Metec in Tiel en Marijn bij Willebrord Wil Vooruit.’
Top
Anno 2017 waren er ook renners waar tegenop gekeken werd: ‘Onze grote voorbeelden zijn Bradley Wiggins en Peter Sagan, omdat ’t allebei sterke en slimme renners zijn. Sagan ook omdat ‘ie altijd aanvalt. Mooi om te zien dat iemand voor z’n sport leeft en er dan ook het beste uit kan halen. Je kunt wel proberen te gaan fietsen als je grote voorbeelden maar uiteindelijk val je toch terug op hoe je zelf ’t best op de fiets zit. Dat is ook goed, anders ga je jezelf forceren in een voor jou niet natuurlijke houding.’ De broers wilden meer, verder komen in het wielrennen. Lars: ‘Ik heb eenmaal het EK gereden en hoop me komend seizoen opnieuw te kwalificeren. En als je naar het EK gaat heb je ook goede papieren voor het WK. Over een jaar of vijf wil ik toch wel bij een World Tour-ploeg zitten en op weg zijn naar de top. Marijn en ik hebben allebei de ambitie om de beste te zijn en niet ergens daaronder te blijven hangen.’
Kortom, een rol op het tweede plan, als wielrenner in de anonimiteit rijden was niet direct hun doel, ze wilden meer. Lars: ‘Als dat niet lukt, sporten aan de top, dan heb ik niet de behoefte om op dit niveau door te gaan. Daarom maak ik ook mijn mbo-opleiding af en ga ik, als dat lukt, door op hbo-niveau. Er zijn nog andere dingen dan sport die ook belangrijk zijn. Vorig jaar ben ik hard gevallen en als dat een keer slechter afloopt, kan alles in het wielrennen ineens voorbij zijn. Dan kun je maar beter een diploma op zak hebben.’
2019
Twee jaar later hadden de broers een vakdiploma voor de horeca op zak, runden samen een online bedrijfje in de schoenenbranche en zaten nog steeds op de fiets. Marijn had er zelfs al twee WK’s op zitten. Beide broers wilden graag van het etiket ‘belofte’ af en de stap maken naar een profploeg. In het voorjaar had Marijn nog een meerdaagse wedstrijd in Polen, de Carpathian Couriers Race, gewonnen en drong hij door tot de toptien van een meerdaagse wedstrijd in Tsjechië. ‘Ik ben sterker geworden, heb meer inhoud gekregen. In de winter heb ik merkbaar stappen gemaakt. Ook al is het een zware koers, op het eind heb ik nog wat over, ben ik frisser dan vorig seizoen’ zei hij toen. Broer Lars was de betere klimmer van de twee, Marijn de allrounder. De twee reden voor het continentalteam Metec in Tiel, waar oud-prof Adri van Houwelingen ploegleider was. Metec bleek een tijdelijke haven voor beide broers; al na één jaar ging de inmiddels 21-jarige Lars naar opleidingsploeg van het Franse Groupama-FDJ waar hij zijn klimvaardigheden verder hoopte te ontwikkelen. Hij had al een reeks goede resultaten behaald in internationale etappekoersen waarin het flink omhoog ging. Zo werd hij tiende in de Vredeskoers en tiende in de Tour de l’Avenir.
2021
Weer twee jaar later mocht neo-prof Lars onverwacht naar de ‘grote’ Giro d’Italia terwijl Marijn, ook ingelijfd door Groupama-FDJ, aan de start verscheen in de editie voor beloften. Voor beiden was het de bevestiging van een tot dusver uitstekend 2021. In huize Van den Berg zal er gejuicht zijn; het is slechts weinigen gegeven om in het eerste seizoen als beroepsrenner meteen te debuteren in een grote ronde. De jongste van de twee kreeg een jaar later eveneens een profcontract, maar wel bij een andere ploeg. Marijn ervaarde dat de koersen in de WorldTour toch wat anders waren dan de wedstrijden die hij als belofte reed, maar het Amerikaanse Education First-EasyPost legde hem geen druk op. Zijn eerste seizoen bij de profs was vooral een leerjaar voor de 22-jarige allrounder uit De Meern. Lars was nog steeds actief bij Groupama-FDJ waar hij bijvoorbeeld mocht starten in de UAE Tour in de Emiraten.
Zwart
In 2017 zei een vroegwijze 18-jarige Lars van den Berg dat een wielercarrière zomaar voorbij kan zijn als je een keer verkeerd valt. Zeven jaar later bleken dat profetische woorden. In februari 2024 werd hij door het noodlot getroffen. Achteraf zou hij in zijn eigen podcast zeggen: ‘Ik voelde me de hele dag uitzonderlijk goed. Plots kreeg ik een raar gevoel in mijn benen en mijn hoofd werd ook heel licht.’ De 25-jarige, in de bloei van zijn leven verkerende renner kwam in de Franse koers Faun-Ardèche Classic op raadselachtige wijze ten val en kon niet meer opstaan.
Vanaf dat punt, op zo’n 100 kilometer voor de finish, is hij grotendeels de herinnering kwijt. ‘Het volgende moment lig ik op de grond met iedereen om mij heen. Blijkbaar was ik onderuitgegaan. Gelukkig bergop, ik kwam er met schaafwonden vanaf.’ Na een verblijf in het ziekenhuis en een batterij aan tests volgde een cardiologisch onderzoek. Lars bleek een ontstoken hartspier te hebben waardoor littekenweefsel was ontstaan. Dat kan weer leiden tot hartritmestoornissen, met in het ergste geval zelfs een hartstilstand. De diagnose betekende einde wielercarrière voor de nog jonge topsporter.
Later zou hij zeggen: ‘De Tour was mijn hoogtepunt als prof. Ik had hem graag nog een paar keer gereden, graag ook nog in één ploeg willen rijden met Marijn. Het besef dat dat nooit zal gebeuren doet meer pijn dan ik onder woorden kan brengen.’
Marijn
Anno 2026 is Marijn nog steeds profrenner en is zijn balboekje voor het wegseizoen bijna vol. In vrijwel alle grote klassiekers zal de 26-jarige wielerprof uit de Meern aan het vertrek verschijnen: Milaan-San Remo, de Ronde van Vlaanderen, Parijs-Roubaix, Amstel Gold Race. Recent reed hij de Omloop Het Nieuwsblad met best wel de nodige verwachtingen, maar als zovelen – bijvoorbeeld oud-winnaar Dylan van Baarle – finishte hij op minuten van de winnaar in de anonimiteit.
Maar dat hij over vaardigheden voor de zwaardere eendagskoersen beschikt toonde Marijn twee jaar geleden al aan met een elfde plaats in de Amstel Gold Race. Hij wil zich dan ook verder tot klassiekerspecialist ontwikkelen en zich minder als pure sprinter manifesteren. Daar ligt ook niet zijn kracht, jongens als Jonathan Milan, Jasper Philipsen, Tim Merlier en Olav Kooij zijn gewoon te explosief voor hem op het laatste stuk. Zijn nieuwe rol kwam al tot uiting in de eerste etappe van Parijs-Nice, waar hij het voorbereidende werk verrichtte voor de ritzege van ploeggenoot Luke Lamperti.
Lars heeft zich hersteld van de zwarte dag die een einde maakte aan zijn loopbaan. Hij heeft het wielermetier niet vaarwel gezegd. Als (co)commentator is hij regelmatig op televisie te horen, met name bij Eurosport.
Lees meer over dit onderwerp:
